Gezichten van de oorlog

Het verhaal van Frits Kroeze uit de Bentstraat die op 19-jarige leeftijd stierf in Duitse gevangenschap.

Johan Frederik (Frits) Kroeze wordt op 13 april 1925 geboren te Glanerbrug als zoon van Lambertus Kroeze(midden achter in hemdsmouwen) en Jetje Hardiek. Frits (links voor) woont hij aan de Bentstraat 88 en hij brengt er een tamelijk onbezorgde jeugd door.

Op 10 mei 1940 verandert er veel, ook in het leven van de dan 15-jarige Frits. Om aan tewerkstelling in Duitsland te ontkomen, bezorgt zijn oom, Juul Hardick (uiterst links op de foto), hem een baantje bij Richtersbleek in Enschede. Op een kwade dag in 1944 vraagt zijn chef aan Frits om op de terugweg naar Glanerbrug een pakje bij zijn vrouw af te geven. Frits doet wat hem is gevraagd, fietst naar huis en en hij geeft –onwetend van de inhoud ervan- het pakje af aan de vrouw van zijn chef. De dame in kwestie zucht blijkbaar onder een slecht huwelijk, want ze spreekt haar verdenkingen over mogelijk illegale praktijken van haar man uit tegen de bezetter. Die aarzelt niet en pakt de chef op. Tijdens de verhoren wordt duidelijk dat de man inderdaad bij illegale activiteiten betrokken is. Dan wordt ook duidelijk wat de inhoud van het pakketje is geweest dat Frits aan de vrouw van de chef heeft afgegeven: bonkaarten. De vrouw van de chef herkent Frits op foto’s als degene die het pakketje met bonkaarten heeft afgeleverd. De chef wordt in Den Bosch voor het Duits militair gerecht gebracht en als getuige wordt Frits Kroeze uit Glanerbrug opgeroepen. Vlak voordat hij in Den Bosch moet getuigen, komt agent Leijdekker bij de familie op bezoek. Leijdekker doet een klemmend beroep op de ouders van Frits om hun zoon naar Den Bosch te laten afreizen. Als Frits niet gaat, heeft dat gevolgen voor de positie van Leijdekker in Glanerbrug, aldus de boodschap. En, wat heeft Frits nu helemaal te vrezen? Hij wordt slechts als getuige gehoord, niets meer en niets minder. En dus reist de jonge Glanerbrugger begin juli 1944 af naar Den Bosch. Onwetend van het trieste lot dat hem wacht.

De chef wordt door de Duitse rechtbank veroordeeld voor zijn activiteiten. En Frits? Hij krijgt vanwege betrokkenheid bij die activiteiten een gevangenisstraf van 4 maanden opgelegd. Onmiddellijk na het vonnis wordt hij opgesloten in Den Bosch. Opperwachtmeester van politie, Th. van Meurs stelt de ouders op de hoogte van de uitspraak via een briefkaart.

 

 

Frits wordt daags na het vonnis al overgebracht naar Utrecht, naar de Kriegswehrmachtgefängnis aan de Gansstraat. Vanuit Utrecht schrijft hij regelmatig naar zijn ouders en zussen in Glanerbrug. Hij vindt dat hij niets te klagen heeft; er is voldoende te eten en 4 maanden celstraf zijn door te komen. Wel maakt hij melding van verveling en “je hebt in deze cel nog heel andere straffen dan die van mij, en wel een paar man met doodstraf en een met levenslang. Maar als je ziet hoe die lui er zich in schikken dan durf ik niet meer te klagen”. En dat doet Frits ook niet. Zijn ouders bezoeken hem in de gevangenis en kunnen met eigen ogen zien dat hun zoon het nog redelijk getroffen heeft.

Vanuit Utrecht wordt de 19-jarige overgebracht naar Amersfoort en ook hier zijn de omstandigheden voor Kroeze junior niet echt slecht.
Maar dan wordt het 17 september. Geallieerde parachutisten landen in het kader van de operatie “Market garden” ten noorden van Arnhem en de strijd om de bruggen woedt gedurende 7 dagen. De bezetter wordt nerveus van zoveel geallieerde activiteiten en brengt gevangenen per trein vanuit Amersfoort over naar Duitsland. Als de trein bij Oldenzaal de grens passeert, oppert Frits nog tegen een medegevangene dat hij bij een ontsnapping uit de trein zo binnendoor en achterlangs naar Glanerbrug kan lopen. Hij laat dit evenwel na en in oktober arriveert het transport in Neuengamme in Noord-Duitsland. Frits wordt in een van de bijkampen, Engerhafe, aan het werk gezet. De –veelal politieke- gevangenen worden ingezet om tankgrachten en andere verdedigingswerken aan te leggen. Het zware werk, de slechte weersomstandigheden, het slechte eten en de gebrekkige medische verzorging en niet te vergeten de barbaarse behandeling door de bewakers zijn de oorzaak van het overlijden van 188 gevangenen. Het kamp Engerhafe bestaat slechts twee maanden en in totaal worden 2000 mannen er aan de zware arbeid gezet. De jonge Glanerbrugger kan het zware werk en alle ontberingen niet meer aan. Hij sterft aan de gevolgen van dysentrie op 9 december 1944 op de leeftijd van 19 jaar. Dit overlijden is extra wrang omdat Frits zijn straf eigenlijk al ruimschoots heeft uitgezeten. In een massagraf vindt hij zijn voorlopig laatste rustplaats. De ouders Kroeze ontvangen kort na het overlijden een brief en daarin staat dat vader Kroeze zich dient te vervoegen bij het SD-kantoor aan de Parkweg in Enschede. De beste man gaat te fiets op weg en verneemt tot zijn grote ontzetting dat zijn zoon aan de gevolgen van een ziekte is overleden te Engerhafe. Totaal ontreddert fietst vader Kroeze terug naar Glanerbrug om aan zijn gezin het verschrikkelijke nieuws te brengen. Voor vader Kroeze is de kous nog niet af. Hij gaat verhaal halen bij de vrouw van Frits’ chef. Het enige dat de vrouw zegt als hij haar met bittere verwijten overlaadt is: “Als jij zo doorgaat, komt je terecht op een plek waar je liever niet wilt zijn!”
In 1946 wordt aan de ouders van Frits meegedeeld dat het helaas niet mogelijk is om het lichaam van hun zoon te identificeren en over te brengen naar Glanerbrug, omdat Frits in een massagraf begraven ligt. Maar 6 jaar later lukt het toch om aan de hand van verstrekte gegevens het stoffelijk overschot van Frits te identificeren. De ouders krijgen bericht dan deze identificatie en in mei 1953 kan de familie Kroeze dit slachtoffer van de Duitse bezetting begraven op kerkhof Doodenzorg aan de Veldstraat.

In 1952 wordt het massagraf geopend en wordt het lichaam van Frits geïdentificeerd. Zijn stoffelijk overschot wordt overgebracht naar Glanerbrug waar hij in mei 1953 op kerkhof Doodenzorg wordt begraven.