1940 – 1951 “De Oranje Draad
Donkere wolken pakten zicht samen boven Twente. Tijdens de mobilisatie ten gevolge van de oorlogsdreiging werden vele militairen in Glanerbrug gedetacheerd, zij werden snel in de Glanerbrugger gemeenschap opgenomen.
Vele voetballers konden door de mobilisatie niet aan de competitie deelnemen. Het bestuur van de T.V.B. zag zich daarom genoodzaakt, om noodcompertities in te stellen. Moeilijk was het seizoen 1940-1941 door de ingrijpende veranderingen, die door de fusie van alle bonden plaatsvonden en door de oorlogsomstandigheden. De gesprekken tussen de Christelijke en Rooms-Katholieke bond verliepen moeizaam. Uiteindelijk kwam men tot een akkoord en werd besloten dat de katholieke en christelijke elftallen in eigen verband zouden spelen. Het was een moeizaam proces, de integratie van het confessionele voetbal binnen de T.V.B. Vooral de eis van het katholieke voetbal om niet voor twaalf uur te willen voetballen, was voor vele neutrale verenigingen moeilijk verteerbaar.
Door de nood gedwongen werden in 1942-1943 alle teams bij elkaar ingedeeld met als resultaat dat er geen enkele klacht binnenkwam. Vanaf die tijd speelden alle clubs in de T.V.B met en tegen elkaar. Het werd steeds moeilijker om de competitie draaiende te houden. Veel spelers werden in Duitsland te werk gesteld en anderen konden niet spelen, omdat zij geen voetbalschoenen meer hadden. Het vervoer vormde een onoverkomelijk probleem, bijna niemand was in het bezit van een stel behoorlijke fietsbanden. Zelfs wedstrijden werden gestaakt, omdat de bal lek raakte en er geen andere bal voorhanden was.
Op last van de Duitse bezetter werd Sportlust in 1942 ingedeeld bij de KNVB en T.V.B. Beide bonden konden in de oorlogsjaren weinig anders doen dan noodcompetities op touw te zetten. Wel werd nog vriendschappelijk gespeeld tegen G.V.V. Eilermark, Avanti Wilskracht, vv Glanerbrug, Dolphia, Losserse Boys en GSV.
Het was niet ongevaarlijk “Sportlust” speelde immers in het Oranje en de spelers gingen bij uitwedstrijden al zingend in het Oranje gekleed naar huis en dat kon door de Duitse bezetter wel eens uitgelegd worden als te veel vaderlandsliefde.
Tijdens de oorlogsjaren werden er naast voetbal allerlei manifestaties op touw gezet, zoals wandelmarsen, atletiekwedstrijden en aan de in Enschede (nu nog steeds bekende singelloop). Sportlust had naast goede voetballers ook goede hardlopers en sprinters, om er een paar te noemen: Jurrie Dikken, Johan Oord, Rein Vos, Jente Schuitemaker, Gerrit Jager, Henk Kwant, Roelof de Ruiter en Jan van Veen. Vooral op de 100 en 200 meter werden sprinters van “Sportlust” gevreesd. Bijna alle titels werden door de rappe sprinters gewonnen.
Van september 1944 tot april 1945 dacht niemand meer aan voetballen. Door de aanhoudende razzia’s (oktober 1944) werden duizenden jonge mannen uit Glanerbrug en Enschede door de Duitsers opgepakt en naar Duitsland afgevoerd. Zij die overbleven durfden zicht niet meer op straat te vertonen of vonden een onderduikadres.
Na de bevrijding in april 1945 was het de voetbalsport die bevrijders en bevrijden nader tot elkaar brachten. Vele sportontmoetingen vonden plaats tegen de geallieerde vrienden. Alle problemen waren echter nog lang niet overwonnen. Sportartikelen waren op de bon en de distributie van ballen, schoenen en shirts leverden veel klachten op. Treinen liepen er nauwelijks, zodat men voor vervoer was aangewezen op de auto of per fiets.
Tot Hier en niet verder
Na de bevrijding dreigden er aanvanklijk grote moeilijkheden. Het terrein van Sportlust op het Bultserve ligt dicht bij de Duitse grens. De toenmalige verboden strook lag halverwege het speelveld. Voor elke wedstrijd moest voor elke speler en official een speciale legimitatiekaart aangevraagd worden. En alleen zij die op de lijst van douanebeambte Mondriaan voorkwamen mochten het veld op. Het publiek mocht echter het gedeelte “Niemandsland” niet betreden. Zij werden met grote borden “Halt verboden strook” op afstand gehouden. De grens zat zeker niet potdicht, de jeugd bewoog zich in dat gebied frank en vrij zonder zich van het verbod iets aan te trekken. Wel waren ze op hun hoede, omdat er op Duits gebied een “bewaker” in een houten keet verbleef die schoot op alles wat bewoog.
Gelukkig hebben de vele toeschouwers zich altijd correct aan deze bepaling gehouden en kon dankzij de loyale medewerking van de douane Sportlust ongestoord voetballen. (Natuurlijk waren voor onze zustervereniging Avanti en medebespeler van het Bulserve dezelfde regels van toepassing).
Mede door de spanningen in Nederlands -Indië werden vele Glanerbrugger jongemannen uitgezonden. Velen kwamen gezond en wel weer thuis, twee leden van Sportlust moesten tot groot verdriet van hun ouders In Nederlands -Indië achterblijven.
Sportlust werd in het seizoen 1945-1946 ingedeeld in de tweede klasse van het zaterdagvoetbal in de T.V.B. Het eerste elftal werd meteen kampioen. Het won in Hengelo de beslissingswedstrijd van de Pollen uit Vriezenveen met 4-1 en promoveerde naar de eerste klasse van de T.V.B. Tot 1951 speelde de club met wisselend succes met drie seniorenteams en een juniorenteam in de T.V.B. Voetbaltrainer tijdens de jaren 1948-1950 was de heer Zwijnenberg.
WiKoMe










