HKG

Historische Kring Glanerbrug

Bult Bernt, togehorich den graven to Benthum, licht woste, groth 4 mudde gesei. De graaf van Bentheim is dus de eigenaar en de 2½ ha grond er woest bij ligt; niet zo vreemd want we zitten midden in de Tachtigjarige Oorlog en Twente ligt in de frontlinie. Een jaar later is de grond weer voor de helft in gebruik. In 1618 worden Bult Berend en Gosen tot Schildkamp samen genoemd in een gerechtelijk stuk van Lubbert van Rensen, richter in het Gericht Oldenzaal. Die legt de heren een vijftal vragen voor om te achterhalen of zij iets meer weten over gronden die stiekem in cultuur gebracht zijn. Beiden zijn dan een jaar of zestig.

Een eeuw lang blijft het vervolgens stil rond het erve Bult. Maar het gaat financieel niet goed met de adel. Door geld te lenen en daarbij boerderijen in onderpand te geven weten de graven van Bentheim hun adellijk bestaan nog te rekken. Als de geldschieters echter hun geld terug willen, gaat het fout. Dat leidt in 1707 tot een omvangrijke verkoop van boerderijen, ook van het erve Bult. In het begin van de achttiende eeuw blijkt dat er wel kapitaal aanwezig is bij welgestelde stadsburgers en pachters van boerderijen en zo komen zij in het bezit van de (failliete) boedel van de graven van Bentheim. Het erve Bult wordt eigendom van de meiers (pachters) van Lippinkhof, Honhof, Crumhof, Walming en Schipholt.

Kinderloos

In 1746 blijkt Jurriaan Stroink, een telg uit een Enschedese patriciërsfamilie, samen met zijn vrouw Fenne Margaretha Rutgers eigenaar van het Bultserve te zijn. Hoe groot het bedrijf dan is en wie er op de boerderij woont, wordt niet vermeld maar wel komen we te weten dat zij het verkopen aan Gerrit Bult voor ƒ 3.100,-.

Vijftien jaar later wordt er in het gezin van Johannes Hendricus Schildkamp en Aleida Bult een dochter met de naam Maria geboren. Haar peetouders zijn Albertus Bult en Aleidis ter Glane. De peetoom schenkt Maria bij haar huwelijk in 1788 driekwart van het Bultserve, maar hij vraagt er wel iets voor terug:

… mits hem gedurende sijn leeftijd onderhoudende in kost drank en klederen en ziekte verplegende en een fatsoenlijke begraffenesse na sijn overlijden besorgend.

Maria trouwt met Jan Berend Krasenberg, die zich Bult gaat noemen als hij op het Bultserve komt te wonen. In 1822 merkt het kinderloze echtpaar dat de jaren gaan tellen en regelen ze de verdeling van hun bezit. Opvolgers op het Bultserve zullen zijn Gerrit Krasenberg, een neef van Jan Berend, en Geertrui Schildkamp, een nicht van Maria. Een half jaar later overlijdt Maria, haar man in 1843.

Hoog en droog

In en na de Franse tijd wordt het Nederlandse grondgebied opnieuw ingedeeld en komen er gemeentes. De oude structuur hier in het oosten verdwijnt en de bezittingen van de marken worden onder de markebewoners verdeeld. Jan Berend Krasenberg/Bult maakt deze verandering nog mee. Zijn bezit aan grond neemt toe tot 42 ha. Hij lijkt dan een welgestelde grootgrondbezitter maar op verreweg het grootste gedeelte van al die hectares wil alleen maar heide groeien.

In 1822 waren Gerrit Krasenberg en Geertrui Schiltkamp al aangewezen als opvolgers op het Bultserve. In 1829 trouwen ze. Er worden vijf kinderen geboren. In 1865 sterft Geertrui, vijf jaar later haar man. De kinderen zetten het bedrijf voort. Officieel heten ze Krasenberg, ook wel gespeld als Kraeschenberg, maar in de volksmond is het gewoon Bult.

Omstreeks 1865 komt er een zeer ingrijpende verandering: er gaat een spoorlijn lopen dwars door het bezit van de Krasenbergs. Niet leuk voor het noordelijk deel van Glanerbrug; het wordt afgescheiden van de kern, de Rijksweg en omgeving. Zelfs nu nog slaakt een noordeling menig keer de verzuchting:wat woont wie toch wied van de stroat. Ook de afvoer van het water van het Hoge Boekel geeft problemen. Het Bultserve vormde een belemmering voor een vlotte afvoer naar de Glanerbeek. Het erf ligt iets hoger en heeft daar de naam ‘Bult’ en ‘Bultserve’ mogelijk aan te danken. Tot na de Tweede Wereldoorlog zette de Hogeboekelerbeek in najaar en winter het kruispunt Bultsweg/Kerkstraat nog al eens onder water.

Nieuwbouw

De Krasenbergs hangen niet erg aan hun bezit en heel wat perceeltjes verkopen ze. Daarbij vragen ze nooit het onderste uit de kan. Rond 1900 komt de rooms-katholieke kerk in het bezit van grond voor kerk, verenigingsgebouw, jeugdgebouw en kerkhof. Soms staan de Krasenbergs hun grond voor niets af. Die familie bestaat rond 1900 nog uit Johannes ‘Bultsjaan’, 64 jaar, Gradus 59 jaar, Johanna 56 jaar; alle drie zijn ongetrouwd. De jongste telg, Mina geheten, 51 jaar oud, is uitgevlogen en getrouwd met schoenmaker Rijkhoff, en ze woont aan de Wilhelminastraat in Enschede.

Intussen is de boerderij aan vervanging toe. Architect H.E. Zeggelink krijgt opdracht om een ontwerp te maken en in 1919 gaat er een bouwaanvraag de deur uit. Er wordt een nieuwe boerderij gebouwd, twintig meter van de oude. Als de nieuwbouw klaar is, zal het oude pand verdwijnen, staat er op de bouwtekening. Veel plezier beleven de oude bewoners van het Bultserve niet meer aan hun nieuwe onderkomen, want net voor Kerstmis 1924 sterft de laatste landbouwer op het Bultserve: Gradus Kraesgenberg, 83 jaar oud.

Park Bultserve

In een openbare veiling onder leiding van notaris Van der Ven valt het zeker drie eeuwen oude erf uiteen. Met de grond eromheen komt het in handen van de Nederlandse Spoorwegen. Deze verhuren hun bezit in 1928 voor enkele jaren aan ene Amundsen, maar nog geen jaar later moet het pachtcontract al ongedaan gemaakt worden; de gemeente Lonneker heeft namelijk de grond nodig voor nieuwe woningen en kleine industrie. Ze wil daarvoor het gebied tussen spoorlijn en Glanerveldweg gaan ontwikkelen . Daarom geeft de gemeenteraad het luchtkarteringsbedrijf van de KLM opdracht luchtfoto's te maken van Glanerbrug-Noord. Het resultaat ervan kan de raad helpen bij het ontwerpen van een goed plan. Het blijft echter grotendeels bij plannen. Wel wordt het gebied rond de boerderij Bult heringericht. Het landschapsarchitectenbureau Wattez krijgt van de gemeente Lonneker opdracht een park te creëren tegen de Duitse grens aan ten noorden van de spoorlijn Enschede-Gronau. Aan datzelfde bureau hebben we ook het Volkspark en Van Heekpark te danken. Van het resultaat genieten de Glanerbruggers nog steeds. De grote langwerpige vijver op ’t Bultserve trekt op een mooie zomerse dag altijd weer jonge moeders met kleuters die nooit genoeg brood kunnen aanvoeren voor de hongerige eendjes. Maar in het verleden trok de vijver ook ’s winters publiek. De strenge winters van 1941,1942 en 1944 zorgden ervoor dat de schooljeugd zich op het ijs kon uitleven. Er was zelfs nog ruimte voor een enkele dame die het schoonrijden beoefende.

Maar het zijn vooral de sportvelden op ’t Bultserve die voor de Glanerbruggers belangrijk zijn. Avanti verliet de accommodatie bij de ‘goaldmien’ aan de Kremersveenweg. Het was daar wel een behelpen geweest: omkleden bij café Dikke Toon, een paar honderd meter van het veld waar gespeeld werd. Een hele verbetering voor Avanti, maar voor de voetbalvereniging Glanerbrug zal het niet anders geweest zijn. Ook die verhuisde naar het Bultserve waar alle spelers de oude boerderij konden gebruiken voor wassen, douchen en omkleden. In 1931 kwam de christelijke voetbalvereniging Sportlust er ook nog bij.

Sportterrein

Kort na de oorlog ontstonden er voor het publiek vreemde problemen bij het Avanti/ Sportlustveld. Er kwam een verboden strook: iedereen moest 100 meter van de grens verwijderd blijven. En dat betekende dat er zich geen toeschouwers rond de oostelijke helft van het veld mochten bevinden. Grote moeilijkheden heeft het overigens nooit opgeleverd.

De ontwerper had het park in een aantal rechthoeken verdeeld door langs de wandelpaden haagbeukheggetjes te plaatsen. Aan de randen waren perken met flink opgaande struiken waar nachtegalen zich thuis voelden. Het kon toen gebeuren dat het publiek genoot van een voetbalwedstrijd met muzikale begeleiding van vogels.

Tussen de sportvelden bevond zich ook nog een klein vierkant veldje. Een enkele onderwijzer(es), juffrouw Jo bijvoorbeeld, trok er op een zonnige middag wel eens naartoe om de klas er te laten voetballen. Dit veldje was aanvankelijk rond; er stonden boompjes omheen en was bedoeld voor korfballen. Een luchtfoto uit 1932 laat dit duidelijk zien. Klaarblijkelijk was er geen behoefte aan een speciaal speelterrein voor korfballen, want enkele jaren later is het verdwenen.

Parkwachter

Natuurlijk was er toezicht nodig om al het groen te onderhouden en vernielingen te voorkomen. De gemeente stelde Jan Stolk aan om dat werk uit te voeren. Waarschijnlijk had het gezin Stolk midden in het park in de boerderij de mooiste en rustigste woonomgeving van Glanerbrug. Maar niet altijd was het er stil en rustig. In de oorlog was de spoorlijn Enschede-Gronau regelmatig doelwit bij een aanval uit de lucht. Op een morgen in oktober 1944 deed een toestel van de geallieerden een poging om de spoorlijn vlakbij de Duitse grens onbruikbaar te maken. Eén of meer bommen kwamen echter dichter bij het huis van Stolk dan bij de spoorlijn terecht. Misten de geallieerden hun doel zo duidelijk? Mattie Stolk, zoon van de parkwachter, denkt van niet. De bommen waren volgens hem voor de boerderij bedoeld. In 1944 hielden Duitse soldaten regelmatig oefeningen op het park rond het erve Bult. Een paar dagen voor de bommen vielen was er weer zo'n oefening. Een overvliegend klein toestel keerde terug, vloog nog eens over en verdween, maar twee dagen later volgde wel het bombardement. De verklaring van Mattie Stolk is dus niet zo vreemd. Een Engels verkenningsvliegtuig signaleerde de oefening van de Duitsers en de boerderij kon wel eens het onderkomen zijn van die militairen, was de veronderstelling. De bommen waren dus bedoeld om de ‘kazerne’ van de Duitsers te vernietigen.

De parkopzichter is door de meeste Glanerbruggers al lang vergeten. Zijn kinderen, Mattie en Grietje, echter niet. Zij ontwikkelden zich tot succesvolle en landelijk bekende kunstenaars. Vooral Mattie trok met zijn beeldend werk de aandacht van een aantal gemeentes, zelfs ver buiten Twente.

‘Bultserve’ blijft

In de jaren na 1925 verdween de landbouwbestemming van het Bultserve. Eerst waren er plannen om er woningen te bouwen maar uiteindelijk kreeg het een recreatieve bestemming, met vooral aandacht voor voetbal. Aan de randen werd het groene gebied nog wel bedreigd. In de zuidoosthoek tussen spoorlijn en vijver kwam een zuiveringsinstallatie voor afvalwater. Aan de andere kant ging in 1949 een behoorlijke tip van het park verloren door de aanleg van een spoorlijntje naar Losser. Dat lijntje ‘liep’ niet en in 1975 waren de rails weer verdwenen. Een nieuw sportveld vulde de vrijgekomen ruimte, daar was meer behoefte aan. Zelfs toen er vier velden in gebruik kwamen bleek dat onvoldoende om de drie gebruikers van het sportpark Bultserve tevreden te stellen. Avanti week daarom uit naar het Zoutendijk aan de Gronausestraat bij het Bruggerbos

De naam erve Bult is inmiddels verdwenen; we hebben alleen nog maar wat foto's van de boerderij. De naam Bultserve zal echter nog wel vele jaren meegaan, door alle activiteiten die op dit historisch stuk grond plaats vinden.